In 2006 bedankte Mark van Bommel voor de eer om voor het Nederlands elftal uit te komen. Hij weigerde nog langer onder toenmalig bondscoach Marco van Basten te werken. Pas toen zijn schoonvader Bert van Marwijk bondscoach werd, keerde hij terug. "Natuurlijk werden daarover grappen gemaakt", bekent de middenvelder. "Hoe laat begint morgen de training Mark, vroegen de jongens."
Werd zijn terugkeer bij Oranje aanvankelijk door de buitenwacht met enige scepsis bekeken, na één interland, uit tegen Rusland, was alle twijfel weg. "Ik heb me in het begin best gerealiseerd dat ik geen gekke dingen moest doen. Als ik tegen een rode kaart was aangelopen had iedereen gezegd: daar heb je hem weer!"
Van Bommel maakte met de nationale ploeg een sterke reeks door en had in de eerste duels meerdere beslissende acties. "Dat hielp me meteen over de drempel. Het was een van mijn sterkere periodes in het Nederlands elftal. Vreemd genoeg speelde die zich af in een fase dat ik bij Bayern München op de bank zat."
Inruilen
Dat hij zou terugkeren in Oranje was te voorzien. In drie verschillende landen werd Van Bommel in totaal zes keer nationaal kampioen. Met Barcelona won hij in 2006 bovendien de Champions League. "Maar ik zou mijn mooiste titel tot nu toe, denk ik, wel willen inruilen voor goud met Oranje op het WK."
Van Bommel speelt zaterdag in IJsland zijn vijftigste interland. Zijn eerste, Cyprus uit, was in 2000 onder Louis van Gaal. "Met hem heb ik alleen maar goede ervaringen", zegt de speler, die per 1 juli bij Bayern met de trainer wordt herenigd. "Als Bayern erin slaagt volgens zijn ideeën te spelen, gaat iedereen opkijken. In Duitsland trekken de meeste clubs een muur op. Het is defensief. Van Gaal is dé man om dat met zijn aanpak te doorbreken."